Artikel 6 DBV: Inkomsten uit onroerende goederen
Dit artikel regelt de belastingheffing van inkomsten uit onroerende goederen, met andere woorden wanneer het onroerend goed in België gelegen is terwijl de eigenaar zijn fiscale woonplaats in een ander land dan België heeft.
Volgens het DBV mogen dergelijke inkomsten in principe uitsluitend worden belast in de staat waar het onroerend goed zich bevindt. Dit geldt zowel voor huur‑ of pachtinkomsten als voor meerwaarden bij vervreemding.
Het begrip “onroerende goederen” wordt bepaald volgens het recht van de staat waar het goed gelegen is. Het omvat doorgaans gebouwen, gronden en de daarmee verbonden rechten. Belangrijk is dat schepen en luchtvaartuigen niet als onroerende goederen worden beschouwd.
De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op alle inkomsten die voortvloeien uit het rechtstreeks gebruik, de verhuur, de verpachting of elke andere vorm van exploitatie van onroerende goederen. Dit omvat ook inkomsten uit onroerend goed dat toebehoort aan een onderneming of wordt gebruikt voor de uitoefening van een vrij beroep.
Belangrijke opmerking voor in België gelegen onroerende goederen
Houd er rekening mee dat de belastingheffing van inkomsten en meerwaarden uit in België gelegen onroerende goederen uitsluitend wordt bepaald volgens het Belgische belastingrecht.
Als niet‑inwoner die inkomsten uit Belgisch onroerend goed ontvangt, bent u verplicht jaarlijks een Belgische belastingaangifte in te dienen. De onroerende inkomsten worden dus belast volgens de Belgische fiscale wetgeving.